50 jaar Hongaarse revolutie: een persoonlijk verhaal Afdrukken
12-10-2006
290px-Hungarians_inspecting_a_tank.jpgHongarije, 50 jaar geleden. Een vreedzaam studentenprotest groeit uit tot een algemeen volksverzet tegen de Russische aanwezigheid en het communisme. Gesteund door ontwikkelingen in Polen en Oostenrijk wil de Hongaarse jeugd zich losmaken van de onderdrukker en een vrij leven leiden. Tot zover de academische kennis. Maar wat met de persoonlijke kant van het verhaal? In mijn familie wordt er niet al te veel gesproken over de gebeurtenissen van toen, enkel stukje bij beetje kom ik te weten waarom mijn grootvader in 1957 naar België is gegaan. Want dat was het steeds: 'hij was naar België gegaan'. Het woord vluchten kwam er nooit bij kijken. Maar klopt dat wel?

Ik weet het niet. Je laat niet alles achter omdat je dat leuk vindt. Je neemt je drie kinderen en vrouw niet mee naar een ver en onbekend land omdat je daar zin in hebt. Omdat je gewoon wil gaan.

Maar ik was te jong om kritische vragen te stellen aan mijn grootvader en grootmoeder, dus moet ik het met stukjes en beetjes doen. Dingen die mijn vader, oom en tante herinneren. Ze waren toen 10 en 6 jaar oud. Dan vind je het lawaai van de trein indrukwekkender dan het verhaal achter de reis.

Dat is spijtig. Het is immers een stuk van mijn 'ik' dat ik nog moet ontdekkken. De komende dagen staan er verschillende herdenkingen op het programma. Zo zal het Hongaarse Culturele Instituut de Grote Markt onderdompelen in de 'revolutie' door beelden te projecteren en Hongaarse muziek te spelen. Ik zal met even veel afschuw en verwondering lezen over de doden die zijn gevallen, de moed van de jongeren en de gevoelens die die dagen overheersten als de andere Belgen.

Maar stukje bij beetje kom ik meer te weten. Kan ik mijn familiegeschiedenis een invulling geven. Zo ben ik al te weten gekomen dat hij toch gevlucht is voor 'de rooien'. Hij was een overtuigd katholiek. Een vader die zijn kinderen kansen wilde geven. En die kansen en katholieke waarden kon hij ze niet geven in het communistische Hongarije. Mijn grootvader was een trots man. Trots op zijn ik, trots op zijn bijbel. Dus wandelde hij graag naar de Kerk. De bijbel stevig onder zijn arm gekneld. En dat kon niet voor een ambtenaar. Een ambtenaar moest toetreden tot de partij en de vakbond. Een man die voor het staatsapparaat werkte, moest een voorbeeld zijn voor de anderen.

Maar stopt het verhaal vandaag. Was hij één van de mensen die 50jaar geleden dachten de Russen weg te kunnen sturen? Stond hij mee op de barricades? Discussieerde hij in de cafés?

Die vragen en nog vele andere hoop ik een dag te kunnen beantwoorden. Ooit.